Ze zit al vijftig jaar in het filmvak, maar is nog lang niet uitgespeeld. En ook niet uitverteld. Willeke van Ammelrooy over gezondheid, familie, #metoo en Amerika. 'Ik heb nóg een geestig Hollywood-verhaal, wil je het horen?' De aanleiding voor een gesprek is haar rol in Het leven is vurrukkulluk, de lang verwachte verfilming van Remco Camperts boek uit 1961, door regisseur Frans Weisz.

More content below the advertising

Nog steeds een behoorlijk verrukkelijk leven?
'Ja, het is puur en goed. Onze familie is geweldig. Dat was ook duidelijk voelbaar toen ik behoorlijke kanker had. Per ongeluk ontdekt nota bene. Mijn zusje werkte aan een gezondheidsprogramma. Ze moest een bekende Nederlander hebben om door een bodyscan te gaan. Ik ben claustrofobisch, maar ik deed het voor haar. Lacherig ging ik dat apparaat in. Dat hield snel op toen bleek dat ik eierstokkanker had. Zonder scan was ik er een jaar later niet meer geweest. Zo’n vreemd idee.'

Nooit iets gemerkt?
'Nee. Later las ik in een folder dat er nauwelijks symptomen zijn. Het enige teken is een dikkere buik. Die kreeg ik ook, maar er ging geen bel rinkelen. Ik was een paar jaar eerder gestopt met roken, bij de geboorte van mijn kleinzoon, dus ik zat lekker door te eten. Iedereen riep ook steeds: ‘Joh, je bent nu oma, je mag een buik hebben’. Onzin natuurlijk. Dus vrouwen: niet te snel denken dat een plotseling snel groeiend buikje gewoon is op een zekere leeftijd.'

Bij u is het goed gekomen, toch?
'Ja. Ik ben genezen verklaard. De zenuwen in mijn tenen zijn doodgegaan door de chemo, dat wel. Ik kan niet meer op hakken lopen. Eeuwig zonde, maar beter dat dan op naaldhakken de kist in op mijn vijfenzestigste.'

Je leest het hele interview in Libelle 6, nu in de winkel. De film Het leven is vurrukkulluk is nu te zien in de bioscoop.

Auteur: Redactie Libelle | Beeld: Mischa Schoemaker (ANP)