In oktober van dit jaar bestaat de Nederlandse televisie 70 jaar. Story blikt in deze serie portretten van bijzondere televisiepersoonlijkheden terug op de mens achter de sterren. In deze aflevering Gerard Cox, éminence grise van het populaire entertainment. Maar bovenal een nuchtere ‘Rotterdammert’ die zelfs in zijn donkerste periodes het voorbeeld van zijn veel te vroeg overleden vader volgde: doorzetten en nóóit opgeven.

Mopperkont

Gerard Cox (1940) is de nationale mopperkont waar iedereen dol op is. Dat bleek wel uit de populariteit van de met een Gouden Televizier-Ring bekroonde televisieserie Toen was geluk heel gewoon. Zijn bekendheid begon met prachtige poëtische liedjes, maar vooral wilde hij mensen aan het lachen maken. ‘Een zaal op stang jagen, een zaal een worst voorhouden waarvan ze niet zeker weten of ze die lusten, dat is het leukste wat er is.’ In zijn begintijd schreef hij brieven over hoe goed hij was naar Wim Kan en Toon Hermans. ‘Ik wilde in het voorprogramma van Toon, maar dat bestond helemaal niet.'

Article continues after the ad

Tweede Wereldoorlog

'Wim Kan vond mij wel talentvol. Ik realiseer me steeds meer wat voor een draufgänger ik altijd was.’ Hij werd geboren in Rotterdam, twee maanden voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak. ‘Toch heb ik een heel leuke jeugd gehad, daar op de puinhopen van die platgebombardeerde stad. Tot mijn 30e was de hele binnenstad een kale vlakte. De moffen hadden alles gebombardeerd, alleen het Witte Huis en de Laurenstoren stonden er nog. Wij hadden geen stad, we bouwden een stad waar onze kinderen het naar hun zin zouden hebben. Geen woorden maar daden, dat is Rotterdam.'

Beeld: Peter Smulders
Dit artikel komt uit Story. Editie 3 ligt nu in de winkel of lees het artikel via Magazine.nl

Wil je op de hoogte blijven van al het royalty nieuws? Volg dan de Story Royalty Facebookpagina!

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de Story-nieuwsbrief.