Roxeanne Hazes heeft altijd het gevoel gehad dat ze er niet bij hoorde. Dat begon al op school, waar ze gepest werd. Openhartig vertelt de zangeres over de periode waarin ze diep ongelukkig was en kon rekenen op de onvoorwaardelijke steun van haar broertje André...

In een interview met Het Parool vertelt Roxeanne dat ze weigert André zwart te maken. ‘Ik weet nog steeds niet wat ik fout heb gedaan, behalve dat ik achter mijn moeder ben blijven staan en ik misschien meer mijn eigen gevoel had moeten volgen in plaats van een kant te kiezen. Daarna zijn er over en weer dingen gebeurd waardoor we in een negatieve spiraal zijn beland. Daar heb ik nu geen zin meer in. Ik heb heel lang verdriet gehad om het feit dat we elkaar niet meer zien, maar inmiddels ben ik gelukkig met mijn gezinnetje.’

More content below the advertising

Beschermen

Toch was het André die vroeger zijn zus altijd beschermde. ‘Ik hoorde nergens bij en vond het moeilijk om vriendinnen te maken. Jongens moesten al helemaal niets van mij hebben. Ik was diep ongelukkig in die tijd, wanhopig op zoek naar mezelf.’ Gedurende de vakanties gebruikte Roxeanne ook vaak de achternaam van haar moeder. ‘Mijn broertje had er helemaal geen last van, die riep juist tegen iedereen dat André Hazes zijn vader was en werd nooit gepest. Hij kwam wel voor mij op: in de pauze ging ik telkens huilend naar hem toe om te vertellen dat ze gemeen tegen me waren. Dan ging hij ook knokken, om zijn zus te beschermen.’ Van die beschermingsdrift is weinig over. Terwijl Roxeanne op social media door de moedermaffia wordt belaagd, houdt André zich afzijdig. Maar Roxeanne weigert iets negatiefs te zeggen. ‘Hij blijft mijn broertje, ik ga hem niet zwartmaken. De deur zal altijd voor hem open blijven staan.’ 

Dit artikel komt uit Story. Editie 23 ligt nu in de winkel of lees verder via Blendle.

Wil je op de hoogte blijven van al het royalty nieuws? Volg dan de Story Royalty Facebookpagina!

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de Story-nieuwsbrief.

Beeld: Edwin Smulders