Eigenlijk zou Ronnie Tober deze maand groots zijn 75e verjaardag vieren. Maar dat heeft hij nu uitgesteld tot het najaar. Terugkijkend op zijn leven vertelt de zanger aan Story dat hij twee grote hoogtepunten heeft gekend, maar dat hij ook een periode doormaakte die getekend werd door angst en verdriet.

Ronnie Tober had zich enorm verheugd op de viering van zijn 75e verjaardag. Daarvoor hadden hij en zijn man Jan Jochems al hun dierbare vrienden uitgenodigd. ‘Er zouden veel collega’s komen,’ vertelt Ronnie aan Story. ‘Want met veel van hen heb ik een speciale band. Mijn eigen familie woont in Amerika. Nu is het makkelijk om met hen contact te krijgen, maar in de jaren zestig en zeventig was bellen al een hele opgave. Dat moest je eerst aanvragen en uiteindelijk kreeg je dan na een paar dagen contact. In die periode had ik veel gesprekken met mijn collega’s hier en sommigen van hen ging ik steeds meer als familie beschouwen. Zoals Rita Corita. Ik was achttien jaar toen zij zich over mij ontfermde. Mijn opa was net overleden en ik had daar zoveel verdriet om. Dat trok zij zich aan en tot aan haar dood in 1998 heb ik haar als mijn Nederlandse moeder gezien. Op een gegeven moment verhuisde ze zelfs naar Beekbergen, waar wij toen woonden, om dichter bij mij en Jan in de buurt te zijn. Zo’n familieband voel ik ook met Sjoukje Dijkstra (78). Je kan wel zeggen dat ik haar als mijn Nederlandse zus beschouw. Ik heb natuurlijk mijn zussen in Amerika, met wie ik om de dag skype. Maar Sjoukje is ook heel speciaal voor mij.’

Article continues after the ad

Corona

Vanwege het coronavirus moet Ronnie zijn vrienden missen. ‘Ik vind het een angstig idee hoe het kan gaan. Jan en ik vallen beiden in de risicogroep om dit virus te krijgen. Hij heeft een herseninfarct gehad en ik blaaskanker. Daarvan zijn we beiden goed hersteld, maar vanwege onze hoge leeftijd is het toch een extra risicofactor. En als ik dan op televisie zie dat mensen niet eens afscheid van hun partner kunnen nemen die op de intensive care ligt... Vreselijk! Ik moet er niet aan denken dat dat Jan en mij overkomt. Ik vind het sowieso een vreselijk idee dat een van ons zou komen te overlijden, maar als je dan ook nog geen afscheid kan nemen. Dat is echt een horrorscenario. Ik heb met al die mensen zo te doen.’ Ronnie en zijn man komen daarom ook zo min mogelijk buiten. ‘Vorige week werd ik ineens gebeld door Rob de Nijs. Hij vroeg hoe het met ons ging en gaf daarna zijn vrouw Henriëtte. Zij bood aan om te helpen. We zijn plaatsgenoten en als het nodig was, kon ze met haar achtergrond als verpleegkundige wellicht iets voor ons betekenen. Dat vond ik zo lief. Dat is wel mooi van deze tijd, iedereen staat voor elkaar klaar.’ Ronnie hoopt nog lang met zijn man van hun appartement te kunnen genieten. ‘Ik hoop dat we tot aan onze dood samen kunnen blijven wonen. Het toeval wil dat ons huis op het gebruik van rollators en zelfs rolstoelen is berekend. Dus mocht een van ons verzorging nodig hebben en afhankelijk van een rolstoel worden, kunnen we hier blijven.’ De twee mannen leerden elkaar in 1968 in Arnhem kennen. ‘Ik had die avond de laatste voorronde van het Nationaal Songfestival gewonnen en met de crew gingen we naar de White Horse bar in Arnhem. En daar zag ik Jan. Het klikte direct tussen ons. Dat was het hoogtepunt in mijn leven. Het andere hoogtepunt was toen ik een koninklijke onderscheiding heb gekregen.’

Beeld: Peter Smulders

Lees de rest in Story. Editie 17 ligt nu in de winkel of lees het artikel via Tijdschrift.nl.

Wil je op de hoogte blijven van al het royalty nieuws? Volg dan de Story Royalty Facebookpagina!

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de Story-nieuwsbrief.