Gerard Cox heeft nog steeds pijn van het feit dat hij in de jaren zeventig door zijn collega-cabaretiers werd afgerekend op zijn succes. Dat vertelde hij dit weekend in een interview op NPO Radio 1. In zijn nieuwe solovoorstelling, De Grote Grijze Belofte, komt de nu 79-jarige cabaretier terug op het incident van bijna een halve eeuw geleden.

"Het waren de verschrikkelijke jaren zeventig", vertelde Cox. "Toen mocht er van alles niet. Nu zou ik er driewerf schijt aan hebben, toen had ik ook een lange neus moeten trekken. Maar het was niet leuk natuurlijk."

Article continues after the ad

Aan de schandpaal genageld

Cox gold jarenlang als het toonbeeld van links geëngageerd Nederland; met vlijmscherpe teksten nam hij onder meer het koningshuis en de Amerikaanse president de maat. Maar als de cabaretier begin jaren zeventig een paar commerciële hits scoort, zoals Het is weer voorbij die mooie zomer, keren linkse collega's hem de rug toe. Het nummer stond bijna een half jaar op de eerste plek van de hitlijsten. Vooral Ivo de Wijs nagelt Cox publiekelijk aan de schandpaal en hekelt zijn 'artistieke uitverkoop'. Hij doet dit onder meer met het nummer Pak de poen, ome Gerard.

'Dat zat mij wel dwars'

"Ik behoorde ineens niet meer tot dat wat Fortuyn later zo treffend de linkse kerk heeft genoemd. Dat zat mij wel dwars, ja. Ik had succes - wat was daar op tegen?" Verder is de voorstelling De Grote Grijze Belofte opvallend melancholiek van toon, erkent Cox. "Als je blijft leven, gaan er steeds meer mensen dood. Dat is nou eenmaal zo."

Beeld: Peter Smulders 

Wil je op de hoogte blijven van al het royalty nieuws? Volg dan de Story Royalty Facebookpagina!

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de Story-nieuwsbrief.