Als acrobatische helft van Bassie & Adriaan trok Aad van Toor (74) altijd minder aandacht dan zijn clowneske broer Bas. In Story doet hij eindelijk een boekje open over zijn leven. Aad vertelt waarom hij Nederland écht verliet, hoe hij omging met kanker en waarom twee voormalige dierbaren níet op zijn uitvaart mogen komen...

Article continues after the ad

In Spanje vond je rust. Je zei ooit: Ik kom nooit meer terug naar Nederland.

‘Klopt als een bus. Het wordt almaar minder. Ons land verandert, voel me er steeds minder thuis. Nederland is verhard en steeds onvriendelijker voor ouderen. Ina en ik vertoeven nog maar zo’n drie maanden per jaar in onze flat in Vlaardingen.’ 

Maar je hebt in Nederland je kinderen. En je broer Bas woont er, een paar straten verderop. 
‘Mijn kinderen leiden hun eigen leven. De huidige communicatie maakt het mogelijk dat we elkaar via e-mail en Skype kunnen spreken en zien. En als we elkaar écht willen zien, zoeken we elkaar op. Datzelfde geldt ook voor mijn broer.’ 

Mis je hem niet? 
‘Nee. Bas en ik hebben nooit de deur bij elkaar platgelopen. We hebben veertig jaar op elkaars lip gezeten. Op een gegeven moment ben je blij als je elkaar even níet ziet of spreekt. Het is welletjes geweest. Ik ben getrouwd met Ina. Zíj komt op de eerste plaats. Daar heeft ze recht op. Ina heeft me een groot deel van ons huwelijk moeten missen omdat Bas en ik altijd maar aan het werk waren. En als we niet optraden, zat ik wel te schrijven of te monteren. Nooit is daar een onvertogen woord over gevallen, terwijl ze toch vaak eenzaam moet zijn geweest. Toen er kanker bij mij werd geconstateerd, veertien jaar geleden, nam ik mezelf voor dat als ik het zou overleven, het háár tijd was. Daaraan heb ik mij gehouden. Ik ben een man van mijn woord. Bas is van de impulsiviteit.’ 

Die rotziekte... Was je bang om dood te gaan? 
‘Geen moment. Ik was toen al gelukkig heel bedreven in het negeren van de dood.’ 

Hoe bedoel je dat? 
‘In de tijd dat Bas en ik als The Crocksons optraden met onze spectaculaire maar o zo gevaarlijke stoelenact, loerde de dood bij wijze van spreken elke dag om het hoekje. Een verkeerde beweging en ik kon te pletter vallen of verlamd raken. Dan kun je twee dingen doen: of je stopt met die act of je beslist dat angst geen rol van betekenis meer in je leven mag spelen. Ik koos voor het laatste. Dat bevalt me uitstekend. De dood kan me gestolen worden.’ 

Heb jij ook een euthanasieverklaring? 
‘Dat heb ik geregeld, ja. Ina weet precies wanneer het leven voor mij geen zin meer heeft. Mocht ik ooit in de positie komen dat ik zelf niet meer kan zeggen dat het genoeg is, dan vertrouw ik erop dat ze handelt naar wat we hebben afgesproken. Maar verder wil ik daar absoluut niet over nadenken.’ 

Mag iedereen op je crematie komen? 
‘Nee. Mijn halfzuster en mijn ex-vrouw niet. Die hebben daar niets te zoeken. Door hun namen staat een dikke streep.’ 

Dat zijn toch niet de eersten de besten: je ex is de moeder van je twee zonen, de ander is je zus.
‘Na de scheiding van mijn eerste vrouw nam ik me voor haar nóóit meer onder ogen te hoeven komen. Ik wilde haar volledig vergeten. Je gaat niet voor niks scheiden. Verder zeg ik daar niks over, in het belang van mijn kinderen.’ 

Lees het hele verhaal in Story. Editie 37 ligt nu in de winkel.

Wil je niets meer missen van Story? Neem een abonnement. Profiteer nú van onze speciale zomer-aanbieding: 10 nummers voor slechts €10

Beeld: Peter Smulders