Zondag 12 augustus is een emotionele dag voor prinses Mabel, haar dochters Luana en Zaria, prinses Beatrix en de rest van de koninklijke familie; dan is het vijf jaar geleden dat prins Friso overleed. Voor de buitenwereld was Friso de afstandelijk overkomende, wat norsige intellectueel, die liever niets met koninklijke verplichtingen van doen had. Maar hoe anders was hij werkelijk.

‘Je mag Alex wel in elkaar slaan maar niet doodslaan, want dan moet ik koning worden.’ De woorden die hij als twaalfjarig kind uitsprak hebben prins Friso zijn hele leven achtervolgd. Ze kwamen echter uit de grond van zijn hart. Friso, op 25 september 1968 geboren als Johan Friso Bernhard Christiaan David, prins van Oranje-Nassau, graaf van Oranje-Nassau, jonkheer van Amsberg, was bij zijn geboorte derde in lijn om toenmalig koningin Juliana op te volgen. Dat eerst zijn moeder, prinses Beatrix, nog aan de beurt was, temperde de angst van Friso kennelijk niet. Hij moest er niet aan denken koning te worden. Tegen het universiteitsblad Quod Novum zei hij later over het koningschap: ‘Ik hoop uiteraard dat het zover nooit komt.’ De opvolgingskwestie vond hij voor iedereen in zijn familie ‘een soort ballast’. Om, als de dag tóch daar kwam, enigszins voorbereid te zijn, volgde hij privélessen Nederlands recht en parlementaire geschiedenis. Maar ook het prins-zijn hoefde voor Friso niet.

More content below the advertising

Het hele verhaal lees je in de nieuwste Story. Editie 32 ligt nu in de winkels. 

Wil je op de hoogte blijven van al het royalty nieuws? Volg dan de Story Royalty Facebookpagina!

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de Story-nieuwsbrief.

Beeld: ANP