Met zijn vermaarde modehuis Natan is de Belgische couturier Edouard Vermeulen een van de meest favoriete ontwerpers van de internationale royalty. Exclusief in Story opent Edouard de deuren van zijn atelier en winkel in Brussel, en vertelt hij over zijn bijzondere band met koningin Máxima en zijn andere koninklijke clientèle.  

Even gedistingeerd als hij hoogstwaarschijnlijk zijn beroemde clientèle uit de wereld van royalty en high society ontvangt in zijn chique zaak aan de Brusselse Avenue Louise, heet Edouard Vermeulen de verslaggeefster en fotograaf van weekblad Story welkom. In de rustgevende ambiance van zijn smaakvol ingerichte salon maakt hij een uitnodigend gebaar naar de tafel waaraan dit exclusieve interview zal plaatsvinden. Hoewel Edouard in al zijn voorkomendheid er de man niet naar lijkt om zich voor te staan op zijn status, is de vraag hoe hij aangesproken wil worden opportuun: de topcouturier is afgelopen zomer door de Belgische koning Filip in de adelstand verheven. ‘Met Edouard, graag. Baron ben ik alleen op papier,’ antwoordt hij. 

U moet een trots man zijn, dat u baron geworden bent. 
‘Daar mag u zeker van zijn. Het is een hele eer zo’n hoge onderscheiding te krijgen. Wat het voor mij nog specialer maakt, is dat de secretaris van de koning mij vertelde dat het echt een persoonlijke keuze van onze koning en koningin was mij in de adelstand te verheffen. Begrijp me goed: ik zeg niet dat ik het waard ben. Maar ik zou liegen als ik zou ontkennen dat ik bijzonder trots ben op deze onderscheiding.’ 

Kreeg u ook felicitaties van het Nederlandse koningspaar? Koningin Máxima is immers een van uw trouwste cliënten. 
‘Uiteraard hebben uw koning en koningin mij gelukgewenst. Ze waren oprecht blij voor mij. Ik heb zelfs van de koningin begrepen dat dit in Nederland niet meer wordt gedaan.’ 

Dat klopt. Maar koning Willem-Alexander kan u natuurlijk wel een andere mooie onderscheiding toekennen... 
‘Ik zou dan natuurlijk vereerd zijn. Maar het feit dat ik al jaren de eer heb om kleding voor uw koningin te mogen ontwerpen, maakt mij een bevoorrecht mens.’  

Hoe bent u eigenlijk couturier geworden? Ik heb me laten informeren dat u eigenlijk binnenhuis-architect bent. 
‘Dat is juist. Ik was vierentwintig en afgestudeerd als binnenhuisarchitect in Brussel. Ik wilde niet voor een baas werken maar mijn eigen zaak starten, en wel op een toplocatie. Toen ik hier aan de Avenue Louise voor dit pand stond was ik meteen verkocht. Het had de grandeur die ik zocht, en lag in een buurt waar de clientèle zat waar ik op mikte. Er was echter één probleem: er was geen enkele ruimte vrij. Op de benedenverdieping zat al dertig jaar Modehuis Paul Natan, erboven zaten kantoren. Inventief als ik was, stelde ik aan de eigenaresse van het modehuis voor om de hal aan mij onder te verhuren. Ze dacht eerst dat ik een grap maakte. Het nadeel was wel dat ik altijd als eerste in het pand aanwezig moest zijn en als laatste kon vertrekken.’ 

U werd een veredelde conciërge? 
Edouard lacht. ‘In feite wel. Maar dat maakte me niets uit, want ik zat wél op de plek die ik wilde. De hal was groot genoeg om mijn meubels te tonen, en de kleine kamer die erachter lag was geschikt als kantoortje. Na twee jaar hield Modehuis Paul Natan ermee op. Omdat ik onderhuurde van Natan moest ik óf verhuizen óf de hele benedenverdieping overnemen. Ik koos voor dat laatste. Hoewel er in de toonzaal alleen nog maar door mij ontworpen meubelen stonden, bleven de mensen die binnenliepen naar kleding vragen. Op een gegeven moment was ik dat zó zat dat ik een advertentie in de krant zette voor een naaister. Daar kwam één reactie op, van Christina. Ik heb een rol zijde uit de voorraad die ik had overgenomen van Paul Natan in haar handen geduwd, en gevraagd: Kun je hiervan het begin van een collectie maken? Je moet het wel thuis doen, want ik heb geen naaimachine. En als het niet lukt, maken we er gordijnen van.’

Hoe wist u zo zeker dat u de kwaliteiten had om kleding te ontwerpen? 
‘Tussen het stofferen van meubelen en het kleden van vrouwen zit niet zo’n groot verschil. Bovendien had ik voor mijn moeder in de jaren daarvoor al geregeld iets mogen ontwerpen, en dat had altijd goed uitgepakt.’

Waar haalt u uw inspiratie vandaan? 
‘Uit het leven. Op straat, op recepties, in musea. Of door te reizen. Gewoon voor een wit stuk papier gaan zitten en beginnen te tekenen, werkt bij mij niet. In mijn hoofd ben ik altijd aan het creëren. Dat gaat maar door. Dat kan ook niet anders want elke zes maanden moet ik weer bij nul beginnen. De ene collectie hangt nog niet in de winkels of je moet alweer nadenken over de andere. Er is veel veranderd. Vroeger droeg een vrouw vanaf haar 60e zwart. Zonder franje. Vandaag willen vrouwen er veel jonger uitzien. Kleding moet afkleden en opvrolijken. Kleuren geven liefde en vreugde. Dat vind ik telkens opnieuw weer uit. De klanten moeten tevreden zijn, de vrouwen moeten mooi zijn, mooier dan het vorige seizoen en altijd op hun mooist. De creaties moeten trendy zijn en toch tijdloos en elk seizoen wel weer ietsje anders. Maar mijn beste collectie moet ik nog steeds maken, vind ik. Wilt u trouwens ook opschrijven dat mijn kleding zeer betaalbaar is? Ik moet al jaren opboksen tegen het hardnekkige gerucht dat mijn collecties alleen weggelegd zijn voor de superrijken.’ 

Dat is niet zo? 
‘Absoluut niet! Een ontwerp uit de prêt-à-porter-collectie draag je al vanaf zo’n 400 euro. De haute couture is natuurlijk duurder, maar ook daar zijn mijn prijzen schappelijk. Ik wil voor iederéén kunnen ontwerpen. Bovendien kan het bedrijf van de klandizie van de koningshuizen alleen niet bestaan.’ 

Sinds september van het vorige jaar heeft u uw winkel in onze P.C. Hooftstraat. Heeft u dan vooraf overleg met het Nederlandse koningshuis daarover?
‘Inderdaad. Ik wilde niet dat er bij wie dan ook de indruk zou ontstaan dat ik van de goede naam van uw koningin wilde profiteren.’ 

U heeft het koningin Máxima persoonlijk gevraagd? 
‘Correct. Ik vroeg haar: Majesteit, zou u er bezwaar tegen hebben als ik een winkel in Amsterdam zou openen? De koningin zei zonder ook maar een minuutje te hoeven nadenken dat ze daar absoluut geen bezwaar tegen had. Sterker nog: ze vond het fantastisch dat ik met mijn winkel naar Amsterdam kwam! Ze heeft me zelfs nog met het een en ander geholpen.’ 

Echt? Met wat?  
‘Koningin Máxima stond erop dat ze mij de adressen kon geven van haar traiteur, wijnleverancier en decorateur, zodat ik me op de feestelijke opening nergens zorgen over hoefde te maken. Ik vond dat bijzonder hartverwarmend.’ 

Lees het hele interview in Story. Editie 51 ligt nu in de winkel.


Beeld: Peter Smulders

Koningin Elizabeth (92) en prins Philip  (97) zijn inmiddels al 71 jaar getrouwd, toch wonen ze al een jaar niet meer samen. Sinds Philip vorig jaar met pensioen ging, woont hij op Wood Farm. Elizabeth daarentegen brengt haar dagen door op Windsor Castle.

De twee wonen zo’n 200 kilometer bij elkaar vandaan, en volgens ingewijden mist Elizabeth haar man enorm. Ze gunt Philip echter zijn pensioen.

Rust nemen

‘’Als hij nog steeds te midden van het koninklijke bedrijf zou wonen, dan zou hij zich verplicht voelen om te blijven opdraven op officiële gelegenheden. Wood Farm betekent dat hij niet té ver weg is, maar  ver genoeg om te kunnen ontspannen,’’ aldus een bron uit het koningshuis.

Gelijkvloers

Daarnaast is Windsor Castle niet echt geschikt voor iemand met artritis. De grote afstanden tussen de vertrekken waren lastig voor Philip, in tegenstelling tot het huis op Wood Farm. Sinds zijn intrek heeft de cottage een nieuwe keuken gekregen en is alles gelijkvloers gemaakt. Daarnaast heeft de prins vier mensen tot zijn beschikking, waaronder een huishoudster en een kok. Hij heeft echter wel iedereen gevraagd om niet in uniform te werken, maar in gewone kleding.

Lekker uitslapen

Sinds Philips verhuizing is de dagelijkse routine van zijn vrouw ook versoepeld. Nu ze niet meer samen met haar man kan ontbijten, zou Elizabeth vaak pas rond elf uur s’ ochtends beneden verschijnen, waar ze haar privésecretaris dan ontvangt. Daarnaast heeft ze meer tijd vrijgemaakt voor bezoekjes van haar kinderen en kleinkinderen.


Wil je op de hoogte blijven van al het royalty nieuws? Volg dan de Story Royalty Facebookpagina!

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de Story-nieuwsbrief.

Bron: Libelle.nl | Beeld: ANP 

De 34-jarige Sarah Mhlanga wordt regelmatig aangestaard wanneer ze haar boodschappen doet. Iedereen denkt dat het Meghan Markle is. 

Sarah heeft er vaak mee te maken: mensen die haar aanstaren en vragen om een handtekening. Als je even snel kijkt lijkt Sarah inderdaad wel wat op Meghan.

Vermomd

Soms Meghan doet zelf boodschappen, dus het zou kunnen dat je haar een keer tegenkomt in een supermarkt vlakbij Kensington Palace. “Om niet meteen herkend te worden door fans draagt de hertogin vaak een pet en andere kleren”, laat een bron weten aan Amerikaanse media.


Wil je op de hoogte blijven van al het royalty nieuws? Volg dan de Story Royalty Facebookpagina!

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de Story-nieuwsbrief.

Bron: Libelle.nl | Beeld: Getty Images, Twitter